Een schip dat generaties mee kan

Een schip dat generaties mee kan

GROU – Een kruiser zoals een kruiser hoort te zijn, dat is een Pikmeerkruiser. Fraaie, klassieke lijn, een perfecte maatvoering, rondom uitzicht, open kuip, stalen casco en een doorvaarthoogte van de traditionele versies van onder de 2.50 meter waardoor je een groot vaargebied hebt, want in Friesland zijn alle vaste bruggen op de doorgaande routes minimaal op die hoogte gebracht. Pikmeerkruisers worden sinds 1963 door drie generaties familie De Groot in Grou gebouwd. Pake Hendrik sr. (90) begon ermee, tweede generatie Bouwe (63) bouwde de zaak uit en tegenwoordig bestiert Hendrik jr. (30) het bedrijf. In dit traditionele familiebedrijf is ook zus Hilde werkzaam

Een Pikmeerkruiser biedt dus de optimale vaarbeleving. Het is geen ‘strijkijzer’ zoals je ze veel ziet. Een Pikmeer is minder uitbundig gebouwd en die ingetogen klasse maakt dit tijdloze familieschip tot een klassieker op de Friese wateren. Nooit is men afgeweken van de eigen uitgangspunten. Zelfs de hogere flybridge-types van de laatste jaren, om aan de vraag uit de markt te voldoen, behouden Pikmeer-karakter.

,,Ik zie de laatste jaren de meest vreemdsoortige vaartuigen op de markt verschijnen, maar dikwijls is men al gauw uitgekeken op deze exoten. Wij hebben nooit aan gekke moderniteiten meegedaan, zijn altijd ons eigen weg gegaan. Daardoor blijft de Pikmeerkruiser een geliefd schip en heeft het een goede restwaarde,’’ zegt Bouwe.

Kostbaar bezit

Minder schepen dan vroeger rollen er tegenwoordig van de helling bij Jachtwerf B. de Groot, zoals de bedrijfsnaam luidt. Waren het er in de hoogtijdagen wel zo’n vijftien tot twintig per jaar, de orderportefeuille mag nu al goed gevuld worden genoemd met drie tot vijf nieuwbouwschepen. Jongere pleziervaarders zijn minder snel geneigd een boot aan te schaffen. Eigen bezit wordt niet meer hooggewaardeerd, je kunt immers ook een boot huren. Dan heb je de zorg er ook niet van. Dat laat onverlet dat de echte liefhebber en de pure pleziervaarder, en degenen die zich het kunnen veroorloven, een mooi schip als een kostbaar bezit beschouwen. De grootste doelgroep is de vijftigplusser die genoeg heeft gespaard of de zaak heeft verkocht, waaronder behoorlijk wat Duitsers. Zij prefereren een boot boven een tweede woning. Voor hetzelfde geld biedt een pleziervaartuig meer luxe, comfort en vakantiegevoel dan een huis op een park. En dan kun je op een boot ook nog recreëren waar je wil. ,,Maar als belegging net als vroeger kun je een boot niet meer beschouwen. Je moet afschrijven, al blijft een Pikmeerkruiser goed in de markt,’’ aldus Hendrik jr.

Eerste Pikmeerkruiser

Eerste Pikmeerkruiser

Pikmeerkruiser nu

Pikmeerkruiser

Schouwen

Hendrik de Groot senior was 14 jaar toen hij van school ging. Dat was vroeger heel gewoon. Hij begon met werken in het kaaspakhuis van Frico in Grou. Op zijn zeventiende trad hij in dienst bij Volma, een onderdeel van Stork. Daar maakten ze zuivelwerktuigen. De Groot zat in de productie van melkbakken. Dat werd hem wat te eentonig en hij ging in de jaren vijftig thuis schouwen zonder spanten en met een mastbank bouwen. Grou is de bakermat van de schouwen. De GWS-steiger lag vol met zeilschouwen. De Groots eerste schouw was geklonken, daarna laste hij ze. Dat gebeurde toen nog met elektroden, het ‘sigaarlassen’. Omdat zijn werk nogal wat lawaai veroorzaakte ging hij zijn activiteiten verplaatsen naar een smederij waar vroeger paardenbeslag werd gemaakt. Inmiddels was De Groot bij Volma vertrokken en een jachtwerf begonnen. De Groot: ,,Dorpsbewoners verklaarden mij voor gek, maar wij hadden werk zat. Soms maakten mensen ruzie om de eerstvolgende boot. Ik heb meegemaakt dat vrouwen boos op hun man waren en vroegen waarom  hij niet eerder had besteld.’’ Hendrik jr. hoort het lachend aan. Dat waren nog eens tijden! Maar de Pikmeerkruiser, waarvan de eerste in 1963 werd gebouwd, was populair. ,,Ik heb er nooit een tekening van gemaakt,’’ zegt pake, die op het oog bouwde. De eerste twee casco’s van ongeveer zeven meter lagen op de beurs Recreana. Er moest een naam aan worden gegeven en dat werd Pikmeerkruiser. ,,Er was al een Sneekermeerkruiser. Dus wij vonden Pikmeerkruiser voor de hand liggen.’’

Concept

Het concept is in al die jaren nauwelijks veranderd: slapen in de punt, extra bedden op de dinette en een open kuip. Een familieschip bij uitstek dat in het begin werd uitgerust met Albin- benzinemotoren en later met diesels. Reden voor De Groot om verder te gaan met een compagnon: Theun Hofstra, een machinist van huis uit en iemand die onderhoud aan melkboten deed. De vraag naar boten was groot en achter de smederij in een steegje werd de loods meermalen uitgebouwd. Begin jaren zeventig werd een verhuizing naar de Oedsmawei aan de Rjochte Grou noodzakelijk. In 1983 nam Bouwe het bedrijf over van zijn vader, die eerder Hofstra al had uitgekocht. Bouwe beheerste de groei: ,,Wij hadden wel meer schepen kunnen bouwen, maar dat werd mij te link. Je moet je personeelsbestand dan uitbreiden en je moet de mensen wel aan het werk zien te houden.’’ Hij ging verder op de oude voet, zoals Hendrik junior dat op zijn beurt ook weer doet. Hendrik: ,,Wij hebben altijd heel veel zelf gedaan. Niet alleen casco’s bouwen, maar ook het aftimmeren, het schilderwerk, het motorisch gedeelte en het afbouwen van de techniek. Voordeel hiervan is dat je de controle over de kwaliteit houdt en dat je in het productieproces niet afhankelijk van derden bent.’’ Wel ging de werf mee met de tijd. In 2008 werden polyester mallen gedigitaliseerd voor de staalplaten besteld. De platen – voor de romp 5 mm en de opbouw 4 mm – worden bij Blom in Hindeloopen in 3D vervaardigd. Snelheid betekent kostenbesparing. Hendrik: ,,Vroeger was het materiaal een substantieel deel van de kostprijs, nu de uren.’’

Specifiek

Pikmeerkruisers worden in diverse modellen tot een lengte van 15 meter gebouwd. Het meest gangbaar zijn de 11.50 en de 12.50. Overwegend in de huiskleuren blauwe romp en witte opbouw, maar tegenwoordig steeds vaker in een andere uitvoering. Alles gebeurt specifiek. Hendrik: ,,Wij  ontwikkelen en bouwen met de klant. Ieder heeft zijn eigen wensen. Er is geen Pikmeerkruiser gelijk.’’ Het bouwen van jachten is niet de enige factor in het verdienmodel. De Groot heeft 110 schiphuizen. Er is een grote thuisvloot. Al die schepen hebben onderhoud nodig en de service reikt verder. De Duitse klant belt vrijdags en wil bij aankomst direct het water op, hiervoor wordt dan zorggedragen. Door onze manier van werken kunnen wij de klant geheel ontzorgen. Hendrik: ,,Pikmeerkruisers kunnen jaren mee. Wij zien de eersten nog altijd varen’’ , dat geeft dan een voldaan gevoel. Refits vormen daarom ook een belangrijk onderdeel van het werk.

 

Bron: Fries Journaal
Auteur: Albert van Keimpema

Share
This

Stuur een reactie

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.