Pikmeerkruiser
<< Vorige | Overzicht | Volgende >>


Met de Toermalijn naar de Franse Ardennen 2005 (deel3)


Canal de la Sambre a l ‘Oise
Dit kanaal is van Landrecies tot Fargnier 71 km lang en telt 38 sluizen. Bij Fargniers gaat het kanaal over in het canal St. Quentin. Dit gedeelte is slechts 8 km lang.

Helaas moesten we na 3 dagen weer verder om via het Canal de l ‘Oise a l ‘Aisne naar Guny te gaan. We bleven er we 1 nacht maar achteraf bleek dat we beter hadden kunnen doorvaren naar de mooie stad Chauney.
Chauney is een verassend leuke stad welke een zeer verzorgde induk maakte. Veel bloemen en mooie en levendige winkelstraten. Vooral het grote plein met het gemeentehuis maakte indruk. Een aangename verassing dus na de vele mooie
maar eenvoudige dorpen.
Het kanaal van de Sambre naar de Oise werd gebouwd tussen 1825 en 1839 met het doel een verbinding te maken tussen het steenkolengebied van Charleroi en het Frans kanalennet. Dit stuk kom je ook wat spitsen tegen.

Naar de volgende bestemming Tupigny is het weer hard werken want er zijn op dit traject 14 sluizen waarvan 7 geautomatiseerd en 3 met de hand worden bediend en de overige mechanisch. In de dorpjes waar we langs komen wonen  veelal niet meer dan 100 tot 150 mensen. De ligplaats bij  Tupigny ligt achter sluis 15 en is weer een van die droom  plekken waar je eigenlijk een week moet liggen. Hier begint de sluizentrap van Gard.

Op vrijdag de 13 de juni gingen we door naar Etreux via de sluizentrap van Gard. Dat hebben we dus geweten want we kregen motor pech. Er kwam geen water meer uit de uitlaat en de conclusie was dat de impeller moest worden verwisseld. De motor weer gestart maar na de volgende sluis weer hetzelfde probleem. We hebben toen maar vanaf de wierpot de inlaat doorgespoten en dat leek in eerste instantie de oplossing te zijn, maar zoals blijkt uit het verdere verhaal, bleef het tobben.
Maar goed, we gingen verder met het nemen van de sluizentap van Gard  waar we 3 handbediende sluizen, 3 mechanische  en 8 geautomatiseerde sluizen passeerden. We bereikten Etreux op 14 juni zonder verdere problemen met het koelwatersysteem.

  


Sambre
Van Landrecies tot de Belgische grens is de Sambre 53 km lang en heeft 9 sluizen. De Sambre, die meer recreatie vaart verdient, is een prachtige rivier met weinig scheepvaart. Als ligplaatsen kozen we Berlaimont en Maubeuge. Deze laatste plaats is niet aantrekkelijk maar we moesten er stoppen terugkerende koelwater problemen.
Het was een heel vervelende ligplaats en niet zo’n fijne stad maar we durfden niet naar het 11 km verderop gelegen Jeumont te gaan. Met mijn roestige frans toch hulp geregeld bij Cap Sambre Service die bereid was ons 2 dagen later te helpen.

In het onveilige Maubeuge blijven liggen sprak ons niet aan maar daar stond tegenover dat we ook de motor niet wilden oververhitten. We besloten het risico te nemen en voorzichtig naar de jachthaven van Erquelinnes ( net na de Franse grens in België) te varen. Het lukte allemaal en na 2 uur kwamen we aan in de goed geoutilleerde jachthaven van Erquelinnes. Daar kregen een warm onthaal van veel behulpzame watersporters. Zaterdag kwam de eigenaar van Cap Sambre Service die het gehele koelsysteem ging controleren. Na een uitgebreide controle van het koelsysteem kwam hij tot de conclusie dat valse lucht de oorzaak was van ons probleem omdat er een aantal aansluitingen niet goed vast zaten (bij de kogelkraan). Na controle van de impeller een poosje proefgedraaid en proefgevaren. Duidelijk was dat er veel meer water bleef staan in de wierpot en dat er meer water uit de natte uitlaat kwam.

 

Terug door België naar Maastricht , van 22 juni tot 26 juni

Op 22 juni moesten we de gezellige haven van Erquelinnes verlaten naar Landelies. Het werd weer een warme dag en wat ons betreft het mooiste gedeelte van de Sambre. Gewoon gezellig varen met aan de kant fietsers, wandelaars en leuke terrassen  zodat het een en ander er levendig uitzag. Alle 8 sluizen werden met de hand bediend en de service was snel en prompt. De Sambre is een debiet rivier waarbij de afvoer is geregeld door stuwen. Vanouds werden er bij de sluis en stuw een sluiswachters woning en een stuwwachters woning gebouwd. De sluiswachter zorgde voor de bediening van de sluis en de stuwwachter hield het waterpeil op niveau.

 

Vanuit Landelies maakten we een lange tocht naar Namen. We vertrokken om half acht en zagen een beetje op tegen de vuiligheid die we in Charleroi tegen zouden komen. Na de hand bediende sluis van Landelies kwamen bij de sluis Monceau sur Chambre die van een veel groter formaat was dan we gewend waren. We moesten ons hier melden om de scheepvaart rechten te betalen om daarna weer te  stempelen bij elke sluis.  
De doortocht door Charleroi was erg vies met zo nu een dan een stofwolk van ijzerdeeltjes. Dit is buitengewoon slecht voor twee componenten lak zodat we na aankomst in Namen een aantal uren hebben gespoeld om deze minuscule deeltjes zorgvuldig te verwijderen. Namen was eigenlijk de eerste haven/ligplaats waar het druk was, wel even een verschil met het zeer rustige Noord Frankrijk.

De volgende stop werd de stad Luik. Een weinig interessante tocht, grotendeels langs basis industrie met soms een aardig landschap. Het was tropisch weer en de schut tijden van de sluizen waren lang.
De haven van Luik was echter een aangename verassing, met een zeer voorkomende havenmeester en uitstekende facilitieten. Luik heeft prachtige binnenstad te hebben, zeer levendig vooral omdat er een grote gay parade was.  Luik is dus wat ons betreft een aanrader.

Na een rustdag vertrekken we op zondag 26 juni naar Maastricht en meren af in het prachtige Bassin en vieren onze behouden terugkomst met een goede lunch bij de Harbour Club. De drie stilligdagen hebben we besteed om de stad eens goed te bekijken, naar koopjes te sporen in de uitverkoop en onszelf culinair te verwennen.

 

 

Jammer, het laatste deel van onze prachtige tocht

Het is moeilijk om het mooie Maastricht weer te verlaten en met enige weemoed vertrokken we uit ’t Bassin via sluis 20. Vier prachtige dagen hebben we er gehad met schitterend  weer.
We gaan naar de Spaanjerd, langs de Limburgse Maas net op Belgisch grondgebied, alwaar een prachtige jachthaven is en je ook goedkope rode diesel kan tanken.Er waren overigens een handjevol passanten in deze goede haven.
De eerste stilligdag begon met regen maar rond de middag klaarde het op. Bij de VVV een fietskaart gekocht waaruit bleek dat deze omgeving een fiets eldorado is. Zijn op ons eerste tochtje naar Maaseik gegaan, een zeer verzorgde plaats met mooie huizen en tuinen, een goed winkel bestand en een leuk marktplein omgeven met mooie terrassen.
De tweede stilligdag fietsten we naar Thorn met bewolkt weer en soms een beetje motregen. Een mooi stadje maar de commercie heeft hier wel toegeslagen, duur parkeren, veel betalen voor kerkbezoek en zoals de volgende dag blijkt, matige service in de horeca.

 

De reis werd na 4 dagen voortgezet naar het Leukermeer. De sluizen draaiden zeer vlot maar na het middaguur brak er noodweer uit, het werd pikzwart en de regen kwam met bakken naar beneden samen met windstoten en onweer. Met heel weinig zicht en de navigatieverlichting aan voeren we verder de Limburgse Maas af. Gelukkig was er weinig beroeps en recreatievaart. Later klaarde het een beetje op en met droog weer kwamen we in Leuken aan waar we de laatst beschikbare ligplaats konden innemen. Met afwisselend regen en zonneschijn gingen we de avond in.

Het plan was om vervolgens naar Mook te varen en daar een aantal dagen te blijven om te fietsen. Het weer was slecht en de vooruitzichten voor donderdag en vrijdag waren ook bedroevend.
Verder hadden we regelmatig een lekkage op de schroefas, vooral bij hoge toeren ( 1800 tot 2000), niet echt een fijn idee om daarmee de Waal op te gaan met 4 km stroom tegen.
We besloten derhalve terug te gaan via de Maas naar Gorinchem en dan naar de Lek om via de Neder Rijn naar de IJssel te gaan. Dat leverde 14 meer vaaruren op en 140 km extra varen.
De eerste stop zou dan Kerkdriel zijn om dan de volgend dag naar Wijk bij Duurstede te varen. Twee lange dagen van respectievelijk 9 en 9,5 uur.

Het weer was slecht maar het landschap was mooi en rond 6 uur kwamen we in Kerkdriel aan. Er werd aangelegd bij de jachthaven van de Brink. Kerkdriel ligt in de Bommelerwaard en na een korte fietstocht over de dijk kwamen we tot de conclusie dat we er de volgende keer wat langer wilde blijven. De Bommelerwaard, ook wel het mooiste eiland tussen de rivieren genoemd, heeft een veelzijdige natuur. Dijken en polders, uiterwaarden, oude kastelen, pittoreske dorpjes en mooie boomgaarden zorgen voor een prachtige sfeer.

 

Dan volgde een lange tocht naar Wijk bij Duurstede via de Maas, Afgedamde Maas, Merwede Kanaal en Lek. De natuur was prachtig en het werd ons duidelijk dat niet alleen het varen in Frankrijk mooi was maar dat de Nederlandse Rivieren toch ook veel te  bieden hebben. Jammer dat we geen tijd hadden om de verschillende mooie plaatsen langs het traject beter te bekijken.
Bij de 4 sluizen die we passeerden hadden we weinig wachttijd, zodat we redelijk op tijd aankwamen in Wijk Bij Duurstede. Dit is een prachtig stadje met goede eetgelegenheden en kunst galerieën. De weersvoorspellers hadden het dit keer bij het verkeerde eind want we hadden een groot gedeelte van de dag zon in plaats van de voorspelde regen. Niet vergeten de 73 jarige havenmeester een pluim te geven. Hartelijke ontvangst en op en top een goede sfeermaker.
Naar Giesbeek weer een lange vaardag via de Lek en Neder Rijn maar genoten van de prachtige  Utrechtse Heuvelrug. We hadden ongeveer 1 km stroom tegen maar na de passage van het Pannerdenskanaal minstens 5 km stroom mee. Dit ging dus hard bij de Kop van de IJssel. De haven van WSV Giesbeek bleek een gezellige familie haven te zijn met veel vaar en zeil activiteiten voor jong en oud. Tijdens de stilligdag naar het prachtige Doesburg gefietst langs de IJssel. Dit was een bijzonder mooie tocht. Volgend jaar pakken we weer Giesbeek, de Steeg en via de Oude IJssel naar Doetinchem en Laag Keppel. Een uitgelezen gebied voor mooie fietstochten.

Heerlijk slingeren op de IJssel met de stroom mee door naar het leuke stadje Hattem.
Vrij veel beroeps vaart op het bovenstroomse gedeelte van de IJssel maar na de afslag naar de Twentse Kanalen was er bijna geen beroepsvaart meer. De jachthaven van Hattem lag in de namiddag helemaal vol en eigenlijk was dat de eerste aanlegplaats van onze hele reis waar het dus druk was. En om een lang verhaal kort te maken kwamen we op 15 juli in Grou aan via Giethoorn en Langweer.

Aan een prachtige tocht was een einde gekomen, we doen hem zeker nog een keer maar dan nemen we er 2 weken bij en voor de statistiek hier nog even het reisschema van dit traject.

Kees Schothorst, Giethoorn 5 december 2005

Jammer, het laatste deel van onze prachtige tocht

Het is moeilijk om het mooie Maastricht weer te verlaten en met enige weemoed vertrokken we uit ’t Bassin via sluis 20. Vier prachtige dagen hebben we er gehad met schitterend  weer.
We gaan naar de Spaanjerd, langs de Limburgse Maas net op Belgisch grondgebied, alwaar een prachtige jachthaven is en je ook goedkope rode diesel kan tanken.Er waren overigens een handjevol passanten in deze goede haven.
De eerste stilligdag begon met regen maar rond de middag klaarde het op. Bij de VVV een fietskaart gekocht waaruit bleek dat deze omgeving een fiets eldorado is. Zijn op ons eerste tochtje naar Maaseik gegaan, een zeer verzorgde plaats met mooie huizen en tuinen, een goed winkel bestand en een leuk marktplein omgeven met mooie terrassen.
De tweede stilligdag fietsten we naar Thorn met bewolkt weer en soms een beetje motregen. Een mooi stadje maar de commercie heeft hier wel toegeslagen, duur parkeren, veel betalen voor kerkbezoek en zoals de volgende dag blijkt, matige service in de horeca.

 

De reis werd na 4 dagen voortgezet naar het Leukermeer. De sluizen draaiden zeer vlot maar na het middaguur brak er noodweer uit, het werd pikzwart en de regen kwam met bakken naar beneden samen met windstoten en onweer. Met heel weinig zicht en de navigatieverlichting aan voeren we verder de Limburgse Maas af. Gelukkig was er weinig beroeps en recreatievaart. Later klaarde het een beetje op en met droog weer kwamen we in Leuken aan waar we de laatst beschikbare ligplaats konden innemen. Met afwisselend regen en zonneschijn gingen we de avond in.

Het plan was om vervolgens naar Mook te varen en daar een aantal dagen te blijven om te fietsen. Het weer was slecht en de vooruitzichten voor donderdag en vrijdag waren ook bedroevend.
Verder hadden we regelmatig een lekkage op de schroefas, vooral bij hoge toeren ( 1800 tot 2000), niet echt een fijn idee om daarmee de Waal op te gaan met 4 km stroom tegen.
We besloten derhalve terug te gaan via de Maas naar Gorinchem en dan naar de Lek om via de Neder Rijn naar de IJssel te gaan. Dat leverde 14 meer vaaruren op en 140 km extra varen.
De eerste stop zou dan Kerkdriel zijn om dan de volgend dag naar Wijk bij Duurstede te varen. Twee lange dagen van respectievelijk 9 en 9,5 uur.

Het weer was slecht maar het landschap was mooi en rond 6 uur kwamen we in Kerkdriel aan. Er werd aangelegd bij de jachthaven van de Brink. Kerkdriel ligt in de Bommelerwaard en na een korte fietstocht over de dijk kwamen we tot de conclusie dat we er de volgende keer wat langer wilde blijven. De Bommelerwaard, ook wel het mooiste eiland tussen de rivieren genoemd, heeft een veelzijdige natuur. Dijken en polders, uiterwaarden, oude kastelen, pittoreske dorpjes en mooie boomgaarden zorgen voor een prachtige sfeer.

 

Dan volgde een lange tocht naar Wijk bij Duurstede via de Maas, Afgedamde Maas, Merwede Kanaal en Lek. De natuur was prachtig en het werd ons duidelijk dat niet alleen het varen in Frankrijk mooi was maar dat de Nederlandse Rivieren toch ook veel te  bieden hebben. Jammer dat we geen tijd hadden om de verschillende mooie plaatsen langs het traject beter te bekijken.
Bij de 4 sluizen die we passeerden hadden we weinig wachttijd, zodat we redelijk op tijd aankwamen in Wijk Bij Duurstede. Dit is een prachtig stadje met goede eetgelegenheden en kunst galerieën. De weersvoorspellers hadden het dit keer bij het verkeerde eind want we hadden een groot gedeelte van de dag zon in plaats van de voorspelde regen. Niet vergeten de 73 jarige havenmeester een pluim te geven. Hartelijke ontvangst en op en top een goede sfeermaker.
Naar Giesbeek weer een lange vaardag via de Lek en Neder Rijn maar genoten van de prachtige  Utrechtse Heuvelrug. We hadden ongeveer 1 km stroom tegen maar na de passage van het Pannerdenskanaal minstens 5 km stroom mee. Dit ging dus hard bij de Kop van de IJssel. De haven van WSV Giesbeek bleek een gezellige familie haven te zijn met veel vaar en zeil activiteiten voor jong en oud. Tijdens de stilligdag naar het prachtige Doesburg gefietst langs de IJssel. Dit was een bijzonder mooie tocht. Volgend jaar pakken we weer Giesbeek, de Steeg en via de Oude IJssel naar Doetinchem en Laag Keppel. Een uitgelezen gebied voor mooie fietstochten.

Heerlijk slingeren op de IJssel met de stroom mee door naar het leuke stadje Hattem.
Vrij veel beroeps vaart op het bovenstroomse gedeelte van de IJssel maar na de afslag naar de Twentse Kanalen was er bijna geen beroepsvaart meer. De jachthaven van Hattem lag in de namiddag helemaal vol en eigenlijk was dat de eerste aanlegplaats van onze hele reis waar het dus druk was. En om een lang verhaal kort te maken kwamen we op 15 juli in Grou aan via Giethoorn en Langweer.

Aan een prachtige tocht was een einde gekomen, we doen hem zeker nog een keer maar dan nemen we er 2 weken bij en voor de statistiek hier nog even het reisschema van dit traject.

Kees Schothorst, Giethoorn 5 december 2005

 







www.eigenwijze.nl