<< Vorige
| Overzicht |
Volgende >>
Met de Toermalijn naar de Franse Ardennen 2005 (deel2)
De doorvaart door België, van 14 mei tot en met 20 mei. Ongeveer 5 km na sluis 20 kwamen we bij een splitsing alwaar men SB moet aanhouden. Dit is het korte toeleidings kanaal naar het Albertkanaal met de sluizen van Lanaye, bekend van het hoogteverschil van meer dan 13 m. Eenmaal bovenin de sluis van Lanaye moet men zich melden bij het Ontvangstkantoor der Scheepvaartrechten. In Wallonie hoeft men geen vaarvignet aan te schaffen, maar men betaalt scheepvaartrechten. Men ontvangt een papier dat bij elke sluis moet worden afgestempeld. Vanaf de Belgische Grens tot de grens met Frankrijk heeft de Maas een lengte van 133,5 km en alle bruggen zijn vaste oeververbindingen met een minimale d.v.h. van 5,8m. Als men de sluis gepasseerd is vaart men op het Albertkanaal naar de 17 km verderop liggende Maas kruising. Het Albertkanaal is druk bevaren door beroepsvaart. Na de brug Pont Atlas hebben we de zware industrie van bij Herstal verlaten en wordt Luik een aantrekkelijke stad met een combinatie van oude en nieuwe torengebouwen.
We varen vandaag door naar “ Port de Plaisance de Corphalie “, een jachthaven in de buurt van de stad Huy. Dit was eigenlijk niet zo’n goede keus omdat deze haven tegenover een kerncentrale ligt. Het was beter geweest door te varen naar de 4 km verderop gelegen jachthaven van de Statte. Het weer was bewolkt en dus wederom matig. Langs de route was er veel basis industrie en dus een lelijk traject. Het varen door Luik was wel aardig.
De volgende dag varen we door een prachtig landschap naar Namen. Aangekomen bij Namen vaar je door naar de pont de Jambes, na deze brug vindt men aan BB zijde Port de Jambes. De haven is mooi gelegen en de faciliteiten zijn uitstekend, alleen het aanleggen is niet echt plezierig omdat je dwars op de stroom moet afmeren. Dit is vooral lastig bij het wegvaren als je bovenstrooms van een steiger ligt, temeer daar de hoeken van de steigers niet zijn beschermd met een rubberen stootrand. We hadden een prachtige avond in de open kuip. Op 18 mei gaan we door naar Dinant en dit gedeelte van de Maas in Belgie is wel het mooiste om te bevaren. We passeren de kastelen van Wasseige, Fernan Nunez en Minsomme. Dinant is een bekende toeristenplaats maar we zouden de volgende keer doorvaren naar Anseremme of Waulsort.
De volgende dag gaan we naar het 10 km verderop gelegen Waulsort, waar een prachtige jachthaven is met drijvende steigers. Langs de route staan veel mooie villa’s en enkele kastelen. De stijle rotswanden langs de Maas zijn indrukwekkend en we zijn nu 13 km vanaf de Franse grens, waar we de volgende dag naar toevaren.
Vijf km na sluis 2 Waulsort bereikt men de laatste sluis op Belgisch grondgebied, sluis 1 Hastiere.
Voorbij de pont de Heer - Agimont is de Franse grens. Even voor de grens kan je de goedkope rode diesel tanken. Bij sluis 59 les 4 Cheminees koopt men een vaarvignet ( 2 maal 16 dagen voor Euro 138) waarna men na ongeveer 4 km aankomt bij de jachthaven van Givet.
Het Franse gedeelte , van 21 mei tot en met 17 juni Vanaf het mooie Givet beginnen we onze 420 km lange tocht met meer dan 130 sluizen, enkele tunnels en 2 aquaducten. We varen dan met een gemiddelde snelheid van 5 km per uur door de groene uitlopers van het Ardenner massief dat in België al begint. Daarna volgt een golvend landschap met een ongerepte natuur waar je door een prachtig stukje cultureel erfgoed van Frankrijk vaart en elke middag aanlegt in een dorp waar de tijd heeft stilgestaan. We zijn tijdens onze tocht maar heel weinig plezierboten tegengekomen, bijna een “alleen op de wereld “ reis.
Dit gebied heeft ook een gruwelijke tijd gekend omdat hier gedurende de tweede wereld oorlog een lange loopgraaf oorlog werd gevoerd. Bijna 4 jaar lang probeerden miljoenen soldaten elkaar’s stellingen te veroveren. Per meter vielen er duizenden doden en in elk dorp kom je wel een gedenk teken tegen.
We zijn dus nu in de Franse Ardennen met Charleville als de hoofdstad, een gebied met vele specialiteiten zoals de uientaart in Givet, de witte pens uit Fumay, schuimgebak uit Charleville, de pittige Rocroikaas, verse paddestoelen en niet te vergeten de leistenen (chocolaatjes).
We adviseren overigens de restaurants op dit traject te mijden omdat ze veelal matig tot slecht zijn. Het is beter om de zeer goede lokale produkten op de markt te kopen. Wat te denken van lijsters met lijsterbessen, gevulde lijsters, lijsterpaté en de echte Ardennerham, het zijn onbetwist culinaire hoogtepunten. Overigens, een terrasje pikken in Noord Frankrijk is er niet bij, behalve dan in de grotere steden zoals Charleville en Chauny. De overtollige calorieën raak je makkelijk kwijt door het vele sluizen werk, soms 30 per dag
Vooral in het Noorden van Frankrijk kan je zeker in de oogsttijd nog wel eens een geladen spits tegen. Net zoals de spits houden we zo lang mogelijk het midden van het kanaal, pas op het laatst worden we dan door het water opzij gedrukt en draai je om elkaar heen. Te ver uitwijken naar de kant betekent vaak vastlopen en onbestuurbaar worden. Door de zuiging wordt je dan naar de spits toegetrokken, met schade als gevolg.
De meeste sluizen op dit traject zijn nu geautomatiseerd en te bedienen middels een kastje/detector dat we ontvingen in Givet. Dit is een perfect werkend systeem. Voor de sluis kan je je zelf melden door op een toets op het kastje te drukken. De sluis deuren gaan dan open. In de sluis meer je rustig af op de voor en achterbolders. Je duwt de blauwe stang omhoog en dan sluiten de sluisdeuren en begint het schut proces. Bij het nemen van deze sluizen is het verstandig om aan elke kant 6 stootwillen te gebruiken, afwisselend hoog en laag.

DE VAARWEGEN
Canal de l ‘Est Branche Nord. Het Canal de l ‘Est werd tussen 1874 en 1882 gerealiseerd en verbindt de gekanaliseerde Maas in België met de Moezel en de Saone. Tot de aansluiting met het Canal des Ardennes is dit gedeelte 97 km lang, heeft 21 sluizen en een tunnel van iets meer dan 500 m voorbij Givet. De Maasvallei is met zijn ongerepte natuur, heeft steile kliffen en beboste bergwanden en een van de mooiste gebieden om te bevaren. Als ligplaatsen kozen we Givet, Fumay en Charleville Fumay ligt in een prachtige omgeving met de bloedmooie Emanuelle als havenmeester. Vele generaties werkten hier in de leisteen mijnen. Charleville is de sfeervolle hoofdstad van de Franse Ardennen met gezellige autovrije straten en aardige restaurants. De stad heeft een strak geometrisch straten plan dat in 1606 werd bedacht. We bleven hier 3 dagen in de goed geoutilleerde jachthaven. Op 27 mei verlaten we Charleville met als reisdoel het 47 km verderop gelegen Le Chesne. We varen dan nog 19 km op het Canal de l ‘Est branche Nord en draaien bij Pont a Bar het Ardennen Kanaal op. Dit kanaal maakt deel uit van de west-oost verbinding van de Oise naar de Maas. In 1838 werd dit kanaal geopend. Rechte stukken kanaal worden hier afgewisseld door bochtige gedeeltes met een wilde vegetatie. De mooie vergezichten geven dit kanaal een bijzondere charme.
 Canal des Ardennes
Dit kanaal maakt deel uit van de west-oost verbinding van de Oise naar de Maas. In 1838 werd dit kanaal geopend. Rechte stukken kanaal worden hier afgewisseld door bochtige gedeeltes met een wilde vegetatie. De mooie vergezichten geven dit kanaal een bijzondere charme. Ook op het Ardennen kanaal konden we het telecommande systeem gebruiken om de sluizen automatisch te bedienen. De stop in het kleine stadje Le Chesne ligt dicht bij de bekende sluizentrap tussen Attigny en Le Chesne. Een hoogte punt was de sluizentrap van Montgon. Over een afstand van 8 km passeerden we 26 geautomatiseerde sluizen. Sluis 1 en 26 zijn bemand en hier ontvangt men instructies hoe te handelen. We hadden 5,5 uur nodig om beneden te komen. Het is een bijzondere ervaring om met je schip, naar boven te klimmen of de berg af te zakken. De sluizen zien er oud uit, maar het ouderwetse systeem werkt nog steeds. Na Attigny werden de volgende aanleg plaatsen Rethel en Asfeld.
Canal Lateral a l ‘Aisne Eigenlijk is dit kanaal een voortzetting van het Canal des Ardennes. Het heeft een lengte van 51 km en 8 sluizen. We varen van Asfeld naar de prachtige ligplaats van Bourg et Comin. Even voor Bourg et Comin bereikt men de toegang tot het kanaal l’Oise a l’Aisne. Zodra men van het Canal lateral a l’Aisne het Canal l’Oise a l’Aisne indraait, treft men aan BB zijde een zeer geschikte halteplaats aan voorzien van water en electriciteit. Rechtdoor loopt de gekanaliseerde Aisne, 54 km lang en mondt in Compiegne uit in de l ‘Oise. Deze ligplaats is een droom plek met een prachtige omgeving waar leuk gefietst kan worden.
Canal de l ‘Oise a l ‘Aisne Dit 48 km lange kanaal verbindt Abbecourt aan de Oise met Bourg et Comin aan de Aisne en gaat door een stille bosrijke omgeving. Vlak na ons vertrek uit Bourg et Comin komt er een brug en direct daarna een aquaduct, of pont de canal en vaart men over de Aisne. Vaartuigen vanaf de andere kant hebben voorrang. Na 2 bruggen kom je bij sluis 13 welke onderdeel is van 4 automatische sluizen tot de 2,4 km lange tunnel van Braye. Rechts voor de ingang van de tunnel staat de commandopost en ziet men de enorme ventilator die de uitlaatgassen uit de tunnel moet verdrijven. Ook wordt men hier d.m.v lichten gewaarschuwd of men hier moet wachten of door kan varen. Het wachten kan soms een uur duren maar wij hadden geluk en konden gewoon doorvaren. De passage tijd was ongeveer 25 minuten. Na ruim 3 km varen bereikten we Pargny Filain met aan BB voor de sluis, een schitterend gelegen aanlegplaats voorzien van water, electriciteit en de bekende picknick tafels.
|